Goede kunst heeft altijd nut
Voor het eerst in jaren keek ik televisie op zondagochtend (het sneeuwde zó onbedaarlijk dat zelfs de fanatiekste fietser in mij dienst weigerde) en maakte ik op de valreep kennis met VPRO’s Vrije Geluiden. Deze allerlaatste uitzending bracht de première van de Nederlandse vertaling van Heinrich Heine’s gedichten op muziek van Robert Schumann. Prachtig. Heel nederig positioneerde vertaalvirtuoos Seth Gaaikema zijn werk als ‘toegepaste taalkunst’.
Tsja, toegepaste kunst, wat is dat eigenlijk? Aeneas, Pietà en Zauberflöte zijn allemaal geschapen ten nutte van anderen. Toegepaste kunst dus? En daarom minder tijdloos? Ach, wat maakt het uit? Deze week genoot ik van toegepaste kunst: creatief talent dat opbloeit ten gunste van ‘een ander’.
Als eerste genoot ik van de Maastrichtse fotograaf Kim Zwarts. Voor implementatiebureau PDM rondde hij een bijzonder project af. Geïnspireerd door hun nieuwe bedrijfsvisie vond hij een manier om Industrial excellence te verbeelden (PDM maakt complexe industrieën efficiënter en effectiever). Zwarts zonderde zich af op uitgestrekte productielocaties en zocht er de ‘geest van de plek’. Daarnaast portretteerde hij mensen die deze complexe installaties weten te beheersen – in een stijl die verwijst naar Richard Avedon. Zwarts’ indringende mens-/machine-portretten illustreren nu de verslagen van PDM-projecten in de staal-, farma- en voedingsindustrie.



Diezelfde zoektocht naar de ‘geest van de plek’ herkende ik op de overzichtsexpositie van interieurontwerper Maurice Mentjens in Centre Céramique.



In 2005, 2006 en 2007 won Mentjens een Dutch Design Award en nu is zijn werk zichtbaar in boek en stadsgalerij. Enthousiast werd hij toegezongen door Frame-hoofdredacteur Robert Thiemann, gedeputeerde Odile Wolfs en honderden genodigden. Maar eerder werd zijn talent erkend door zijn opdrachtgevers. En dat zijn niet alleen hippe winkels, maar ook multinationals en conferentieoorden. Zij spoorden hem aan om grenzen te verleggen. En daar werden ook zij zelf beter van. Want goede kunst heeft altijd nut.


Definieer “Goede kunst”… En wie bepaalt of kunst goed of slecht is? Wordt een kunstenaar niet vaak in zijn eigen tijd verguisd en naderhand verheven?
Wellicht een altijd durend vraagstuk. “Ontwerp” of “toegepast ontwerp” worden m.i. vaak verward met Kunst.
Altijd goed om over te stoeien in elk geval!
Er wordt mij vaak gevraagd of ik ook nog “vrijwerk” maak.Voor mij is er geen scheidslijn tussen toegepast en vrijwerk.Ik benader ze allebei op dezelfde manier.Natuurlijk is de ene foto toegepaster dan de andere.Maar mijn toegepast werk is meestal erg vrij en mijn vrijwerk wordt ook wel eens toegepast.
Trouwens schilderde Rembrandt de Nachtwacht niet in opdracht?Met hem wil mij niet vergelijken maar kunstenaars hebben altijd in opdracht oftewel toegepast gewerkt.In opdracht van zichzelf of een ander.Het gaat erom wat de maker voor vrijheid neemt.En een opdrachtgever die je vrij laat weet echte kunst te waarderen.Kortom toegepast is voor mij gelijk aan vrijwerk.
Bert Janssen,
fotograaf.
Vrijwel niemand verlegt grenzen. Al zijn er enkele techneuten en regelgevers die dat soms wel klaarkrijgen, juist de groep kunstenaars, vormgevers, fotografen en filmers krijgen dat zeker niet klaar. Hetgeen deze laatste groep soms wél weet te bereiken, is het verleggen van het perspectief. Als ze écht heel goed zijn (zoals Kim Zwarts en Maurice Mentjens) zijn ze in staat om nieuwe standpunten te ontdekken, nieuwe gezichtspunten te verwerken in hun producten. En als hun producten goed communiceren, kunnen ze dat ook aan anderen laten zien, laten voelen.
Hun missie is namelijk altijd: dat je op een nieuwe manier kunt kijken naar vertrouwde dingen. En als dat dan heel goed uitpakt ervaart de toeschouwer een glimlach en een bevrijdend gevoel.
Soms verandert zelfs het gedrag van de kijker een stapje in de goede richting. En dat laatste kan voor opdrachtgevers heel interessant zijn. Wie zichzelf de rol van opdrachtgever aanmeet, dient hier met nadruk in te investeren. Op zoek gaan naar makers die in staat zijn het perspectief te verleggen. En die hun vernieuwende blik overdragen aan andere (vastzittende) geesten. Dat laatste is in het belang van de hele samenleving.
Zijdelingse conclusie: Wil deze regio zich ooit ontwikkelen tot Culturele Hoofdstad, dan zullen er nog wel enkele gymnastiek-, yoga- en rekoefeningen nodig zijn in de hoofden van het Zuid-Limburgse volk. Want de perspectivische flexibiliteit is nog te beperkt.