In Maastricht waait de wind uit een andere hoek
Zo nu en dan heb ik last van serendipiteit. Schrik niet, dat is geen enge ziekte. We vinden allemaal wat eens iets wat we eigenlijk niet zochten. Maar moet je daar dan ook iets mee? Zelfs de ‘gelukkige vinders’ van LSD, Post-it en Viagra herkenden het goud in hun handen niet direct. Dus wat moet ik met mijn ‘vondst’ van zondagochtend?
Zoals iedere fietszondag begon deze ochtend met een blik op de Buienradar. Niet-zo-sterke-maar-eenzame fietsers stippelen hun route uit met rugwind op de terugweg. Eerst het zuur, dan het zoet. Meestal leidt dat tot een tocht naar het zuidwesten, zelden naar het noordoosten. Want daar vandaan komt haast nooit wind. Maar wat bleek op zondag 2 mei? IN HEEL NEDERLAND stond een oost-noordoostenbries. Behalve in Maastricht. Daar woei het uit zuid-zuidwest:
Op de fiets dacht ik na over die 180˚ afwijkende windrichting. Wat betekende dat? Een nieuwe, frisse wind? Of juist een gure? Toch zeker geen natte? In elk geval niet dat Limburgers met alle winden meewaaien – wat boze tongen weleens beweren. Misschien stond deze zuidwester symbool voor de eeuwige tegenwind die men hier soms – jeremiërend – ervaart.
Opeens wist ik het. De tabel klopt niet. Maastricht hoort namelijk nog steeds NIET BIJ NEDERLAND. Toen generaal Dibbets de stad in 1831 in de strijd met het ‘Zuiden’ voor Nederland behield, werd hem dat ter plaatse niet in dank afgenomen. Dibbets werd zelfs de zondebok voor anti-Hollandse gevoelens. (Op zondag, na de mis, urineerde Maastricht lange tijd demonstratief over zijn graf. Pas 175 jaar later is hij door Leers geëerd met een heuse gedenksteen.) Nog steeds hoor je wel eens (m)opperen ‘wij zijn eigenlijk Belgen’.
Dat laatste betwijfel ik. Wel denk ik dat die 180˚ afwijkende wind staat voor de nieuwe oriëntatie in Maastricht. Je positie bepaal je niet door jezelf met anderen te vergelijken, maar door zelf keuzes te maken. Alleen vanuit de Randstad ligt Limburg ‘marginaal’ in Nederland. Vanuit Europese centra als Brussel en Roergebied ben je sneller in Maastricht dan vanuit Den Haag. Ik dacht terug aan de zomer van 2005. Met Jeroen Rossen werkte ik nachtenlang aan de Versnellingsagenda. Tegelijk deed ik een imago-onderzoek bij 20 smaakmakers (van nestvlieders zoals Gerlach Cerfontaine en Loek Hermans, via importbazen als Peter Elverding en Leks Verzijlbergh tot succescaptains Camille Oostwegel en Huub Smeets). De conclusie was: met DSM en Maastricht als ‘parels van het merk’ moest de regio een ‘gepassioneerde ruk naar Europa’ maken. Met levendige campussen zou Zuid-Limburg zich tonen als open, actieve, zelfbewuste optelsom van initiatieven. Als ‘proeftuin van Europa’.
De wind waait hier dus uit een andere hoek. Is dat geen prikkelend thema voor 2018?



Nergens bij horen is natuurlijk niks. Er zijn streken, die daar meer onder lijden dan andere. Noord-Limburg is al geen Limburg meer en Midden-Limburg hoort noch bij Noord noch bij Zuid. Zuid-Limburg lijkt maar op één ding, en dat is het Limburg uit de boekjes, uit de collectieve herinneringen en de ansichtkaarten. Het heeft ook natuurlijke uitlopers naar de Haspengouw, de Voerstreek tot en met de Ost-Kantons. Dankzij alle grenzen horen die op bijna pathetisch niveau bij elkaar. Maar dat riekt ‘n beetje te veel naar Euregionaal geneuzel, aanleunend tegen het dubieuze “Europe des régions”, wat berust op Duits romantisch idealistische, maar nog springlevende begrippen als cultuurgebied en culturele identiteit. En dat is mijns inziens te mager. Wat je nodig hebt zijn harde feiten en cijfers, economische ontwikkeling. Tout le reste est de la littérature.
Nou is NL-Limburg weinig meer dan het residu van wat in 1839 slechts een strategische corridor vormde naar de Vesting Maastricht. Dat “ongemakkelijke” is er gewoonweg in blijven zitten en dat heeft natuurlijk alles met die windrichting te maken. Maar de opgestoken natte vinger wordt gedragen door een menselijk lichaam, dat wel beters te doen heeft.
“2018″ kan een vlag zijn, waar wij achteraan kunnen lopen om de toekomst te bouwen. (Denk aan Paul Rand en de koers, die opdrachtgever IBM zocht: hij vergeleek toen het logo met zo’n vlag.)
En als nu ook de provincie als bestuurslaag wordt afgeschaft en tegelijk de gemeente, zoals we die nu nog kennen, dan komt men daar wellicht meer aan toe. Groet, Ad