Avontuurabonnement

Voor mij is het Avontuurabonnement één van de belangrijkste redenen om ‘aan bureauzijde’ te willen werken. Telkens weer verdiep je je in Nieuwe Opdrachtgevers. Dat brengt je op onverwachte plekken en in onverwachte situaties. Je praat met tienermoeders (voor Predictor), maakt als jongste bediende een cabrio-proefrit (in een Saab), zit met kleurengoeroes in een verflab (van Akzo Nobel), beoordeelt amateurmaquettes (van de Grote Markt in Groningen), wordt opgesloten in een clean room (van ASML), proeft ongefilterd bier (Bavaria), zwerft door immense fabrieken (voor PDM), ziet ‘onbemiddelbaren’ kabelbomen monteren (bij Licom) of je tuurt over eindeloze brandnetelplantages (in de Noordoostpolder). Uit oogpunt van 2.0-efficiency kun je ook kiezen voor desk research en crowd sourcing. Maar ikzelf had dit ruige veldwerk voor geen goud willen missen.

En dat is nog maar het eerste aspect van het Avontuurabonnement. Het tweede aspect is veel spannender: de zoektocht naar de identiteit en de boodschap van die Nieuwe Opdrachtgevers. Zij willen dat wij het onderscheid zichtbaar maken. Dat onderscheid heeft twee dimensies. Allereerst wil de opdrachtgever zich positioneren. Hij is niet zoals andere aanbieders. Maar dat unieke onderscheid is niet altijd 1-2-3 te vinden. Soms moeten we diep graven. In dat proces kunnen voetangels en klemmen verborgen liggen. Durft de Nieuwe Opdrachtgever wel onbevangen in de spiegel te kijken? Zoekt hij bevestiging of staat hij open voor vrije geluiden? Je begrijpt dat dit kan uitdraaien op een milde vorm van corporate psychoanalyse. Lees Freud er maar op na, zijn leven was één groot avontuur!

Maar het Avontuurabonnement brengt ons nog méér. De Nieuwe Opdrachtgever wil zich in zijn communicatie onderscheiden van de duizenden boodschappen die we dagelijks binnenkrijgen. Dat beeldenbombardement beukt ons bont en blauw. Daarom adviseren we de Nieuwe Opdrachtgever om zich van andere mechanismen te bedienen. Kwaliteit voor kwantiteit. Durft hij te kiezen voor een selecte doelgroep waarmee we intensief contact kunnen leggen? Of wordt het een ongericht schot hagel? Toont hij lef? Of is hij liever een allemansvriend? Ook van dat proces is de uitkomst vooraf meestal ongewis.

Wij houden van die avontuurlijke zoektocht naar Het Onderscheid. Sterker nog, wij vinden die mooi genoeg om er in ons jubileumjaar nader onderzoek naar te verrichten. Misschien wel in de vorm van een boek. We willen zichtbaar maken wat er nodig is voor goede visuele communicatie. Dat is een essentieel bedrijfsonderdeel en al lang niet meer de hobby van een kunstminnende directeur of ambitieuze marketingafdeling. Hoe visuele communicatie op een succesvolle manier tot stand komt is niet een kwestie van efficiënt management, maar van persoonlijke drijfveren, nieuwsgierigheid, vertrouwen en kennis. We gaan hiervoor te rade bij kunsthistorici, psychologen, ontwerpers, neurologen, economen, kunstenaars, techneuten en opdrachtgevers. Je kunt ons onderzoek volgen op Twitter.

 

Reageer »

Vierduizend uur


De verliefde König plukte een Roos voor de bevallige dochter van de rijke Boer. De Prins ontspoorde volledig toen hij daarvan hoorde. Op de terugweg Van der Heijden stortte hij zich met paard en al in een metersdiepe Kuijl. Tijdens de begrafenis speelden drie Fiddelaers ‘Ave Maria’. In de verlaten Pereboom-gaard sloegen rovers uit het naburige Kernland hun slag.

Donderdag is het twee jaar geleden dat Obama werd beëdigd als 44e president van de Verenigde Staten. De val van de Muur, de vrijlating van Mandela, de eerste zwarte president. Het was een historische gebeurtenis. Onze eerste PechaKucha Night zou daarbij verbleken. Pierre Buijs, Jean-Paul Toonen en ik knepen hem dus behoorlijk: “Zouden ze wel komen, zitten ze niet voor de buis?” Deze twijfel bleek een geweldige onderschatting van ons publiek. Onbewust bleek Maastricht te hunkeren naar zoiets als PechaKucha. Een half uur voor aanvang liep het al storm. Achter de coulissen draaiden dertien durfals zich warm. Kaspar König beet het spits af en daarna betraden onze pioniers de vloer. Sommigen deden het in hun broek. Heel begrijpelijk. Ga maar eens voor 250 mensen staan met jouw persoonlijke droom. In een moordend ritme van 20 dia’s die maar 20 seconden staan. In het Engels. Maar de ovaties waren luidruchtig en langdurig. Volkomen terecht. Onze helden toonden aan dat onze regio verrassend veel verse ideeën heeft. Dat zorgde voor een bijna spirituele sfeer.

Onze steden kiezen sindsdien voor duurzame en flexibele aankleding met vliegende grastapijten en kunststoffen breiwerkjes. Logisch, gezien de serieuze spelletjes waarmee in crisistijd de ego’s van architecten op de proef worden gesteld. Die geven de steden nu, geïnspireerd door graffitti-mantelpakjes, dagelijks een nieuw gezicht. Ze verrijken de straten met afvaldesign en interactieve straatkunst. En zo groeit de Eutropolis uit tot een schoolvoorbeeld van regiobranding en Europese cultuur. Toppers uit Milaan en Parijs presenteren hier hun nieuwe modecollecties.


En dat is nog maar het effect van de eerste PechaKucha Night. Zo volgden er acht. Vorig jaar versterkten Sueli Brodin en Nathalie Dirks onze trojka. Dat zorgde voor een spannende injectie van expats en wetenschappers. De teller staat nu op 112 sprekers uit 17 landen. Hun inspiratie is niet alleen beschikbaar in AINSI. Gisteren registreerde onze website het 33.000e bezoek. Als die mensen uit 96 landen gemiddeld één video bekeken, is dat weer 4.000 uur aandacht voor frisse ideeën uit de Eutropolis over:

Vorige week maakten we de balans op. We gaan door! Blijf je ons volgen?

 

4 Comments »

Sneeuwvrij

Noorbeek, 8 januari

Twee weken vrij, hartje winter. Longen en hoofd weer volzuigen na de felle eindejaarssprint waardoor we vaak pas om 17 uur aan de dag begonnen. Maar nu was er alle tijd voor nieuwe energiebronnen en het herontdekken van oude bronnen. Bij De Tribune kocht ik in een impuls Spiegel van de wereld van de Britse schilder Julian Bell (2008). En dat boek beschrijft de geschiedenis van de kunst zó meeslepend dat ik daarna meteen nog drie kunstboeken ben gaan kopen. Bell concludeert: kunstenaars maken iets wat je dwingt om er intens naar te kijken en jezelf de vraag te stellen ‘wat neem ik waar en wat doet dat met me?’ Deze ‘Bell-definitie’ heb ik eens getoetst aan de praktijk.

Zo maakte ik kennis met de Belgische kunstenaar Francis Alÿs. Kris-kras door het Bonnefantenmuseum hangt zijn video-installatie ‘Choques’ uit 2005. De wandelende Alÿs struikelt over een straathond en legde die scene vanuit negen standpunten vast. Deze obsessieve perspectiefwissel dwingt je tot de vraag ‘zie ik wel steeds hetzelfde en wat betekent dat?’ ‘Choques’ moet je fysiek ondergaan (het kan nog tot 27 maart), maar YouTube biedt je een goede appetizer.

De volgende toets was bij Wiel Arets in Schunck*. Spectaculaire gebouwen (‘strong buildings’), een altaar vol piepschuimschetsen, tot in de puntjes verzorgde case studies en bevlogen videoportretten van George Vogelaar. Hopelijk wordt deze grote kleine man binnenkort creatief directeur van ‘Zürich aan de Maas’, zijn eigen Zuidstad. Maar is hij nou architect of politiek visionair? Ik weet het nog niet. Zijn veelomvattende werkt dwingt je op de knieën. Maar zag ik veel te weinig! Om 17 uur werden we het Glaspaleis uitgewerkt. Ik ga terug, vóór 13 februari. Ook Arets doorstaat de Bell-toets dus met glans.

Ook mijn oren toetsten mee. In 1980 wilde het er bij brugklasgenoten maar niet in dat ik naar de Beatles luisterde. De Rode, de Blauwe en later vooral de Witte. Deze week liet ik me ontvoeren door de Zwarte box met alles (klik gerust: mooie video!) opnieuw geremasterd. 223 nummers uit amper zeven jaar bewijzen hoe tieneridolen zich in een razend tempo ontwikkelden tot doorslaggevende kunstenaars. Nu blijken niet alleen hun ontsporende orkesten en achterstevoren gedraaide tekstflarden baanbrekend. Ook zonder studio-trips maakten zij juweeltjes die nog steeds tintelfris klinken. En dat dat tot intensief luisteren leidt, kunnen mijn kinderen beamen!

Nieuwe adem. Inspiratie. Herbronnen. Het lijken clichés omdat we er vaak mee worden doodgegooid. Toch werkt het. De achteruitkijkspiegel geeft weer alle reden voor optimisme: we zijn tot zó veel moois in staat. Ik wil in 2011 indringende waarnemingen oproepen zoals Bell die bedoelt. Met visuele communicatie die de intense aandacht voor onze klanten opeist. De geschiedenis bewijst dat het kan.

 

1 Comment »

Met de kennis van nu

Het staat vast. In 2011 werken we geconcentreerder, grensverleggender, duurzamer en energieker dan ooit. Dat haal ik niet uit een glazen bol of koffiedik, maar dat kun je aflezen aan de resultaten van 2010. Resultaten uit het verleden zijn namelijk een goede garantie voor de toekomst. Eerder beweerde ik dat na een korte kloosterretraîte, nu is het tijd voor boter bij de vis. “Met de kennis van nu”.

Januari – Beeldbepalers. Al bijna vijfentwintig jaar bepaalt Zuiderlicht het beeld voor (toekomstige) beeldbepalers. We wisten dat intuïtief wel, maar als je het op een flip-over schrijft, voelt het toch anders. Met dit aangescherpte motto gingen we van start.

Februari – Gewenning. De eerste twee pitches zijn nog een sof. We moeten erkennen dat we beter zijn in beelden neerzetten dan in campagnes uitrollen. Het PechaKucha-team is voor jaargang 2 versterkt door Sueli Brodin en Nathalie Dirks. Fons Dejong doet een spannend voorstel.

Maart – Zelf doen. Wat leek op een verkooploket voor overtollige stroom, groeide in twee goede gesprekken uit tot een visionair die de bijl aan de wortels van de energiemarkt zet. Trianel levert doe-het-zelf services voor lokale energie-ondernemers. Na je eigen TV-station, nu ook je eigen energiebedrijf.

April – Meer ondernemen. Na een competitie in twee fases vraagt Industriebank LIOF ons om een toegankelijker (MKB-)beeld te ontwikkelen. Ter gelegenheid van zijn 35-jarig jublieum organiseert LIOF ook een frisse talentenjacht voor starters. Je bent een ontwikkelingsmaatschappij of niet.

Mei – Vakmensen. Ook ROC Leeuwenborgh zoekt betere aansluiting op het MKB. Op ons advies besluit men om te beginnen met het totaalbeeld. We schaven overbodige krullen van de huisstijl en verrijken ‘opleidingen’ tot ‘vakmensen in opleiding’. In Twente bouwt men nu een nieuwe website.

Juni – Inzamelen. We bedenken met klant Mosa een unieke inzamelactie voor het Museum aan het Vrijthof. Dat wil ingrijpend uitbreiden. Het Ontbrekende Miljoen wordt vergaard door de verkoop van  tegels met daarin een korte boodschap. Als het museum in 2012 weer opent, liggen deze tegels in de centrale hal.

Juli – Toekomst creëren. Ook Hogeschool Zuyd heeft twee rondes nodig om een bureau te selecteren voor een nieuw huisstijlsysteem. “Géén nieuw logo!” Maar na de presentatie staat het oude logo toch ter discussie. Op 3 januari krijgen alle Zuyd-medewerkers het nieuwe te zien.

Augustus – Prijs! De internationale Red Dot Design Award stuurt ons weer een blije brief: voor Oktoplus, het nieuwe merk van MIK kinderopvang worden we bekroond. Wel nog even mondje dicht.

September – Energie. Omdat we die LIOF Yeah!-talentenjacht zo sympathiek vinden, sluiten we onze deuren en bieden we de winnaars een dag creatieve energie aan. We stellen een efficiënte wasstraat op en voelen het aan alle kanten knetteren: nieuw ondernemerschap.

Oktober – Hartje stad. Na ruim twintig jaar Maastricht-Oost, verhuist Zuiderlicht naar het centrum. Onze nieuwe overbuurman, Camille Oostwegel, ziet zijn Kruisherenhotel pardoes bekroond tot GaultMillau Hotel van het Jaar. Logisch, alleen zijn gasten hebben uitzicht op Zuiderlicht!

November – Lange termijn. Prijzen winnen verveelt nooit: al ruim tien jaar werken we met Woonpunt aan een bijzondere identiteit. Die samenwerking heeft al veel fraais opgeleverd. Dit jaar wordt dat vertrouwen beloond met de prijs voor het best verzorgde jaarverslag.

December – Optimisme. De vijfde PechaKucha Night van dit jaar stemt ons vrolijk: 200 mensen trotseren de sneeuw om te horen hoe het onderwijs kan worden verbeterd. Een prachtige lijst Uitvindingen, nieuwe impulsen voor Eutropolis, de economische erkenning van Design en een toverhotel maken dat ik van 2011 veel verwacht.

2011 – Maastrichtelijk.

Nergens is het licht zo licht
Als op het Vrijthof in Maastricht
En overdrijf ik lichtelijk
Ook dat is Maastrichtelijk

(Toon Hermans)

 

2 Comments »

Hotellaboratorium in Bethlehem

Van de week bezocht ik een hotel in Bethlehem, vlakbij Magisch Maastricht. Het werd een wonderlijke ervaring. Het leek wel of ik een toverbal was in de mond van het hotel. Het ene moment waande ik me in een zwembad van Salvador Dalí omdat ik vanuit een blauwbetegeld bed tegen het onderlijf van een zwemmende olifant aanstaarde. Even verderop verschoot ik van kleur in een – van kachel tot kussensloop en van Bijbel tot bedlamp – egaalgrijs gespoten kamer. In de kamer daarnaast dacht ik in een ruimte vol herfstblaadjesbehang en herfstblaadjestapijt de zware lucht van een stevige stamppot te ruiken. Twee minuten later hervond in een spierwitte ruimte de Benedictijnse kloosterrust van mijn oktober-retraîte. Ik werd heen en weer geslingerd tussen verwenning en verwarring. Voelde me hooggeëerde gast maar ook proefkonijn. Wat was mij in vredesnaam overkomen?

Ik was door decaan Vera Düring rondgeleid in het nieuwe teaching hotel van de Hotel Management School Maastricht. Andere hotelscholen bouwen voor hun opleiding fantasieloos de hotelkamers na van geoliede machines zoals Hilton, Marriott of Amrâth. Zo niet de school in Maastricht. Geheel volgens het nieuwe motto ‘the next step in hospitality’ zijn de grenzen van de verbeelding opgezocht. Kasteel Bethlehem is veranderd in een zinsbegoochelend hotellaboratorium. Nederlandse toppers als Piet-Hein Eek, Richard Hutten, Jurgen Bey, Studio Job en D/Dock en jong regionaal talent kregen de vrije hand en ontwierpen overweldigende ‘kamerbelevingen’. Niet altijd per se comfortabel en rolstoelvriendelijk, maar wel altijd bedoeld als reflectie op het idee van een kamer. Wat zoeken we daar? Wat is de essentie van gastvrijheid? Nederlandse topmerken als Mosa, Moooi en Desso stelden belangeloos hun collecties ter beschikking.

Zo ontstond in een kasteel van 1392 het hotel van de toekomst. Een ontmoetingsplek voor onderwijs, design, ondernemerschap en gastvrijheid. Niet alleen de studenten van Zuyd profiteren van deze grensverleggende aanpak, ook buitenstaanders kunnen er van genieten. Kamers kunnen worden geboekt, net zoals er gelucht, gecongresseerd of gedineerd kan worden. Je wordt altijd bediend door studenten. En dus is Vera’s toverhotel dicht in de Kerstvakantie. Reizigers die tijdens de Kerstdagen geen hotelkamer vinden in Bethlehem, moeten hopen dat er een plekje vrij is in één van de stallen van Camille Oostwegel. Maar daarna wordt het moeilijk kiezen uit deze 26 pièces de resistance. Ik zou een jaarabonnement nemen: iedere twee weken een nachtje in een andere kamer.

 

1 Comment »

RT: De 50 beste uitvindingen van het jaar

De wereld gaat niet ten onder. Vanaf vandaag weet ik het zeker. En wat mutst mij zo goed? Een lijstje. Geen truttig terugkijklijstje over boek-film-plaat-sportmoment-of-voorstelling, maar een vrolijke vooruitblik. Trefzeker opgediend door Time Magazine en ge-retweet in NRC Weekblad. De creatieve mens wendt de ecologische ramspoed af en verzint – in blessuretijd maar in een ziedend tempo – de ene na de andere slimme killer app. Ik retweet een paar vondsten uit het jaarlijstje van het jaar.

Hongaarse auto’s kenden we nog niet maar de Antro Solo wordt überhip; een extreem licht karretje waarin we de elektromotor op gang helpen door overtollige koolhydraten weg te fietsen……… Een Zweeds onderzoeksbureau ontwikkelde een transparant elektriciteitssnoer dat aangeeft hoeveel energie er op dat moment wordt verbruikt……… Er is een wasmachine op komst die maar 10% nodig heeft van de huidige hoeveelheid waswater. De Xeros wast witter dankzij kunststof kralen die vlekken opnemen en die ook nog herbruikbaar zijn……… In Peking gaan ‘viaductbussen’ per rit 1.200 passagiers vervoeren door op twee meter hoogte over de rijdende auto’s van twee rijstroken heen te zoeven……… Google stuurde een Prius zonder bestuurder maar bomvol electronica de grote boze weg op en zag die na 225.000 kilometer thuiskomen zonder krasje op bumper of lak……… Kinderen willen heus wel techniek studeren, als ze maar iets kunnen maken wat tot de verbeelding spreekt, zoals een IronMan-pak waarmee je kunt zagen zonder zaag en dus bespaart op bouwmaterieel……… Mode-kroonprins Martin Margiela liet van duizenden plastic kledingpinnetjes (het afval van een weekje H&M Maastricht, schat ik) een spectaculaire C2C-bontjas maken……… Zelfs een Nederlandse vondst haalde Time: dankzij Heleen Klopper hoeven we onze favoriete wollen trui niet meer weg te gooien als de mot er in zit. Zij ontwikkelde bij toeval het simpele Wolplamuur-concept……… Voor al die innovatieve ideeën hoef je sinds kort niet eens meer naar de bank. Met Kickstarter kan iedereen een startfonds bijeensprokkelen zonder de controle over zijn idee te grabbel te gooien. (Al mag Industriebank LIOF zulke goudmijntjes natuurlijk best naar de Bright Site of Life lokken).

Ik blijf optimistisch. De omgang van de mens met de planeet loopt niet definitief in het honderd (zie #wereldomwandelaar van Govert Derix). Mits we het in Nederland aandurven om Creativiteit en Innovatie te verheffen tot verplicht vak in ons Onderwijs.

 

Reageer »

Goud

We gaven goud aan de pasgeboren zoon van God. Goud zijn ook onze trouwringen. En goud zijn de Palmen, Kalveren, Leeuwen, Uilen, Griffels, Loekies en Effies voor uitzonderlijke films, boeken, ja zelfs reclames. Goud is ons symbool voor alles wat bijzondere waarde heeft. Goud is pure kwaliteit: de trapleuningen op het jacht van de Prince de Lignac waren van goud zodat zijn Filipijnse matroosjes deze niet hoefden te poetsen en zich volledig aan hun heer konden wijden. We gebruiken goud ook overdrachtelijk. Sommige mensen hebben een gouden hart, andere juist gouden handjes. Handdrukken kunnen van goud zijn, net als jubilea. Goede ideeën worden soms een goudmijn. Goud inspireert ook. Ik luister nog geregeld naar golden oldies als ‘Golden Brown’, ‘Golden Years’ en ‘Fools Gold’.

Dat alles maakt goud enorm begeerlijk. Mensen gaan ervoor tot het uiterste en zwepen zichzelf op tot ongekende hoogten. Het pak van schaatser Eric Heiden is daar een mooi voorbeeld van. Tijdens de Olympische Spelen van 1980 kwam hij bij al zijn vijf races aan de start in een gouden skin suit. Wat een lef! Hoger kon hij de lat niet leggen: met zilver zou hij falen. Maar Heiden won alle afstanden. (Heel anders verging het bokser Arnold “Ik ga voor goud” Vanderlyde. Hij was de eerste donkere BN’er met een Limburgs accent maar ook onze eerste landgenoot die driemaal achter elkaar Olympisch brons won). Goud is soms zelfs zó begeerlijk dat het ons op het foute pad brengt. Zonder oliegoud geen huwelijk van een stokoude geilneef met playmate Anna Nicole Smith, zonder Olympisch goud geen dopinglegende Ben Johnson en zonder goudrovers geen Fort Knox.

Goud verbindt klasse met eeuwigheid. Precies wat veel bedrijven willen uitstralen. Je zou dan ook verwachten dat goud een grote rol speelt in corporate design en branding. In de Verenigde Staten deinst men niet terug voor een flinke scheut edelmetaal (McDonald’s noemt zijn logo zelfs de Golden Arches). In Nederland zijn we spaarzaam met goud: niet alles mag blinken. We komen het dus wel tegen in exclusief drukwerk, op verpakkingen van luxe artikelen en in het aap-eet-banaan logo van Golden Tulip. Maar we zien geen goud in de merkidentiteit van onze grote bedrijven.

Vinden wij goud te duur, teveel winnaarsbravoure, te patserig, te katholiek? Of is communicatiegoud in onze ogen klatergoud? “Al draagt een aap een gouden ring, het is en blijft een lelijk ding.”

Bij gelegenheid van de 50e Zijlijn.

 

1 Comment »

Sint Innovatius

‘t Heerlijk avondje: zalige gezelligheid
of tijdverdrijf met gezapigheid?
Bijenkorf, banketletter en bezoek –
scoren met PIN en rijmwoordenboek.

Steden zuchten onder koopstress.
Pc’s crashen van de dichtstress.
Schuurtjes dampen van surprisestress.
Vul gewoon een sok met X-mas!

Maar nu cultuur raakt uit de gratie
en er geen geld is voor creatie,
blijkt Sint een bron van innovatie.

Onze held slaat dus zijn slag.
5 december wordt een vrije dag
waarop men slechts creëren mag.

 

2 Comments »

Hogeschool Zeus

Hoor jij ook wel eens een bedrijf trots praten over zijn ‘goed bewaarde geheim’? Mij bekruipt dan altijd een lichte aarzeling. Was het echt een bewuste keuze waardoor die kwaliteit onbekend bleef? Of heeft men te lang gezwegen en is ‘goed bewaard’ dus een understatement voor ‘slecht verteld’? Of is het product of de dienst echt geheim en mag dat nu pas naar buiten? ‘Goed bewaard geheim’ prikkelt misschien even de aandacht, maar na een paar slimme vragen ebt die aandacht snel weg. Bovendien is het zoveel geloofwaardiger als iemand anders jou die titel toedicht. Leve de nederige winnaar. (Herinner je je die PSV-spits die na elk doelpunt opzichtig naar zijn eigen naam wees?)*

Waarom begin ik hierover? Omdat hier om de hoek een instituut staat dat in volle glorie aanspraak maakt op de titel ‘goed bewaard geheim’. Vorige week bezocht ik Kennis in Bedrijf waar ondernemers kunnen kennismaken met Hogeschool Zuyd. Op dat instituut wordt niet alleen onderwijs gegeven, maar er wordt ook duizelingwekkend veel nieuwe kennis ontwikkeld. Kennis in Bedrijf trok in het negende jaar bijna 3.000 bezoekers. Die keken hun ogen uit bij wel 150 presentaties. Op Hogeschool Zuyd geen proven concepts uit de studietijd van de docenten, maar opwindende experimenten. Promotie-onderzoek in landelijke centers of excellence. Naar de toepassing van video gaming in de ouderenzorg. Naar een nieuwe samenwerkingsvorm in de bouw waar alleen dure aanbestedingsjuristen slechter van worden. Naar de kansen voor een lokaal duurzaam energiebedrijf in Sittard. Op Kennis in Bedrijf kun je dus echt kennis maken. En al die tijd ontging mij deze weldadige kennisbron.

Vorig jaar was Hogeschool Zuyd volgens de gezaghebbende Keuzegids de beste grote hogeschool van Nederland, dit jaar werd zij met een banddikte verschil tweede. De Maastrichtse Toneelacademie en Hoge Hotelschool waren al bekende parels in de kroon. Maar nu blijken ook zorgstudies zoals Fysiotherapie, Biometrie en Verloskunde of zakelijke opleidingen zoals European Studies en de Hogere Juridische Opleiding de beste in hun soort.

Hogeschool Zuyd heeft dit in haar eigen omgeving allemaal goed verborgen weten te houden. Het goed bewaarde geheim stond te juichen met zijn handen in de zakken. Maar nu bestijgt die bescheiden Hogeschool Zuyd resoluut de Olympus van het hoger onderwijs. Het zou mooi zijn als Hogeschool Zeus in die nieuwe rol jonge toptalenten aan de regio weet te binden en verbinden. Zullen we de slapende reus wakker kussen?

* (Antwoord op de huiskamervraag: Mateja Kežman. Gebruik zijn naam voor iedereen die zich borstroffelend te buiten gaat aan ongebreidelde zelfbewierooking.)


 

5 Comments »

Achtbaancommunicatie

Deze week gaf ik voor de Kamer van Koophandel en ontwerpersorganisatie BNO een lezing over ‘social media’ (SoMe). Zij wilden zelfstandige creatieven op weg helpen in het gebruik van LinkedIn en Twitter. Mijn bijdrage moest een “filosofisch-strategisch perspectief” bieden op de “manier waarop een creatief bedrijf als Zuiderlicht daar mee omgaat”. Hmm. Gaan wij daar überhaupt mee om?

Enfin. De avond werd afgetrapt door digital native SoMe-specialist Roger Heijsters. De jonge adviseur (bouwjaar 1986) flitste met intergalactische snelheid door de materie. Zijn kennis bleek encyclopedisch, zijn stijl enthousiasmerend. Roger behandelde de bekende tools en SoMe-voor-gevorderden zoals Delicious, Stumbleupon en Slideshare. Wow. Desk research was nog nooit zo snel, trefzeker en gratis. Exit knipseldiensten! Ook advertentieverkopers, mailbedrijven en makelaars gaan een barre toekomst tegemoet (nu kon ik de neiging om met hen te ruilen al lang goed onderdrukken).

Toch ging er ook een lichte huiver door de zaal. Meer dan 500 miljoen gebruikers op Facebook. Elke minuut 35 uur nieuwe video op YouTube. 50% van de Nederlandse professionals op LinkedIn. Op nieuwkomers in SoMe werkt een achtbaanrit langs die talloos veel miljoenen onbedoeld als bangmakerij. Zij Vrezen Definitief De Boot Te Missen. Hun kinderen hyven en MSN’en naar hartelust maar de veertigjarige zzp-ouder vraagt zich af waarom zakelijk de SoMe nog geen vruchten afwerpt: “ik ben lid van vijftig LinkedIn-groepen, maar dat leverde nog geen enkele opdracht op”, of “waar zit mijn klant?” maar ook “quick wins, quick wins, zijn er ook big wins?” De bonte feitenpotpourri veroorzaakte de nodige onrust. Zoals een verzekeraar zo nu en dan een fikse natuurramp goed kan gebruiken: “Je kunt maar beter degelijk voorbereid zijn. Doe iets voor het te laat is.”

Ons bureau-motto is “eerst richten, dan schieten”. Met die boodschap probeerde ik na de pauze de verhitte gemoederen wat te bedaren. Niets moet, alles mag. Wie niet boeiend en bondig schrijft, blogt zich de blaren op zijn vingers, maar krijgt geen aandacht. Wat moet je met 500+ connecties die je op straat niet herkent? Is het Twitter-kanaal van Beatrix niet gewoon ‘Zenden 2.0′? Ze volgt geen enkele onderdaan.

Nieuwe media, oude wetten. Denk eerst na over wat je wilt bereiken. Wie ben je? Waar wil je heen? Hoeveel energie heb je op voorraad? En vooral: wat is het worst case scenario als je helemaal niets doet? SoMe zijn geen hype, maar een blijvertje. Zoals pc, gsm en auto zijn het handige hulpmiddelen maar geen doel op zich. Ik zag veel opluchting in de zaal. Achtbanen kunnen uit de bocht vliegen, maar neem je daarom een Achtbaanschadepolis?

 

5 Comments »