Medewerker Functiebenaming

Eén van de lastigste opdrachten is het bedenken van een goede naam. Privé en zakelijk. Voor kind of klant. De naam van je kind vergt vaak een zwaardere bevalling dan die in de kraamkamer. Kiezen we voor familietraditie, modegril of zelfprofilering? (Bij onze Willem wemelt het op school van de Jari’s en de Youri’s. Begrijpelijk, in 1997 scoorden Litmanen en Mulder wekelijks. Maar bij Kato zitten drie Julies in de klas. Welke hype veroorzaakte die hausse?). Gunnen we ons kind een comfortabel leven of gaan we voor het snelle applaus in de vriendenkring? Een ex-collega zadelde haar dochter op met een eeuwig Zoetemelk-syndroom: ‘Zilver’ noemde ze het wurm. Onze kapster noemt haar zoontje Stoer. En ook jij kent vast wel iemand met een Vrijdag, April of Lente in de buggy.

Ook zakelijk valt het niet mee om een goede naam te bedenken. Er zijn al tienduizenden bedrijfsnamen. Wees dan maar eens origineel, betekenisvol én authentiek. Abstracte namen kun je gebruiken voor heel uiteenlopende diensten en producten: Ziggo, Ziut, Zigila. Het kost wel wat tijd en geld om uit te leggen wat die bedrijven doen, maar ‘het bekt lekker’. Beschrijvende namen zijn juist ‘lekker concreet’, met als nadeel dat je er niet veel kanten mee op kunt. Met een ambachtelijk achtervoegsel (-winkel, -fabriek of -plein) klinken we vlot maar niet pretentieus. Als de domeinnaam nog maar beschikbaar is! Erwin Vrijman schreef er een kostelijk en rijk gedocumenteerd boekje over: De bedrijfsnamenfabriek.

Deze week maakte ik kennis met de voor mij geheel nieuwe niche van functienamen. Niet bij Zuiderlicht hoor, daar hebben we maar een paar smaken: ontwerper, projectleider/adviseur en developer. Bij andere bureaus ben je na tien jaar trouwe dienst design director. In grote organisaties is dat lastiger. In je functienaam komt alles samen: deskundigheid, taak, bevoegdheid, salarisschaal, carrièreperspectief, status. Zo kreeg ik van beleidsmedewerkers ooit al visitekaartjes met daarop ‘ontwikkelaar’, ‘facilitair strateeg’ en ‘senior expert specialist’. Waar eindigt dat?

Het is dan ook heel begrijpelijk dat de overheid zo nu en dan een vacature heeft voor een ‘medewerker functiebenaming’. Want ook dat is een vak. Weet iemand waar je het kunt leren?

 

5 Comments »

Toch blij met Florida aan de Maas

Vandaag is Onno Hoes geïnstalleerd als burgemeester van Maastricht. De verwachtingen zijn hoog gespannen, ook bij ons. Hoes maakte indruk bij Pauw & Witteman (minuut 33-48), L1Laat en in diverse dagbladinterviews. Hij positioneert zich – ook in zijn maiden speech – consistent als betrokken buitenstaander uit Den Bosch. Hij begrijpt de cultuur van zijn nieuwe omgeving, maar is er niet mee vergroeid. Hoes is wel een bourgondische carnavalist, maar niet katholiek (hij is voorzitter van de joodse belangenorganisatie CIDI). Hij is wel liberaal, maar niet libertijns (keurig getrouwd). Wel innovatief, maar niet revolutionair (eerst moet de bestuurlijke rust terug). Hoes gaat verbindingen leggen. Tussen Sjengen en import-Maastrichtenaren. Tussen Den Haag en Europa. Tussen krimp en kans.

Nog mooier vinden wij dat hij van grote symbolische waarde kan zijn voor de ‘Maastricht Region’. In Heerlen vestigde zich dit jaar nog zo’n jonge Brabantse burgemeester: Paul Depla, voorheen tien jaar succeswethouder in Nijmegen. Heerlen en Maastricht worden vanaf 2010 dus bestuurd door bestuurlijk toptalent. Wat dat betreft mogen we de mensen van Regiobranding Zuid-Limburg feliciteren. Zulke top dogs werf je niet dagelijks voor openstaande vacatures. De ‘bright site of life’ deed het in een half jaar zelfs tweemaal. Chapeau. (Dit is meteen de enige reden om te hopen dat Rutte I stand houdt: in noodsituaties roept Den Haag talentvolle youngsters snel bij zich). Het Stedelijk Netwerk Zuid-Limburg (Maastricht, Sittard-Geleen en Heerlen) kleurt nu bovendien helemaal paars: géén van de drie burgemeesters is van CDA-huize. The times, they are a-changin’.

Het mooiste vinden we dat we nu toch blij kunnen zijn om het begrip ‘Florida aan de Maas’. Een paar jaar terug opperden onverlaten nog dat de regio zich moet ontwikkelen tot Rollator Valley waar het na je pensioen goed toeven is. Dat schrikbeeld bedoelen wij natuurlijk niet. Integendeel: ‘creative industry’-goeroe Richard Florida vindt nu eindelijk zijn weerklank aan de boorden van de Maas. Volgens Florida floreert een regio als zij beschikt over de drie sleutelfactoren voor een creatieve klasse: Talent, Technologie en Tolerantie. Het onderzoekende en onderwijzende Talent van Universiteit Maastricht en Hogeschool ZUYD kenden we al, net als de Technologie van de materiaalpioniers van DSM en Chemelot. Maar met een jonge, ‘allochtone’, joodse, homoseksuele burgervader gaat de vlag van Florida aan de Maas alsnog in de top dankzij een frisse scheut Tolerantie.

Hoera voor Hoes!

 

7 Comments »

Winst voor design

Terwijl ik de Marketing Tribune doorblader en tot verbazing zie dat Zuiderlicht in de top 15 van designbureaus in Nederland staat belt onze buurman, de koeienboer uit Walem. Om ons te feliciteren met de Red Dot Design Award voor Oktoplus. Wat lief. En leuk ook. Zo zie je maar wat zo’n berichtje in Limburg Onderneemt doet. Ik blader verder in die Marketing Tribune en stuit op een interessant feit over die Red Dot: Duits onderzoek laat zien dat een investering in Red Dot-winnaars een ongeveer twee maal zo hoog rendement oplevert als een investering in de Euro Stoxx 50-index. Zo. Dat biedt perspectief. Zeker voor ons. Vorig jaar mochten we ook al twee Red Dots ophalen: voor het beeldmerk van de Open Universiteit en voor de corporate identity van het Theater aan het Vrijthof. Ja… en dat voor een bureau in Maastricht. Zelf heb ik ook nogal eens de neiging vooral naar collega’s in de Randstad te kijken als het om creatieve prestaties gaat. Een gevoel van trots overvalt me. Uiteraard een trots die ik vooral en boven alles deel met mijn collega’s en al die opdrachtgevers die ons het vertrouwen geven.

Ik lees verder in die Marketing Tribune van 19 oktober. En herken bijna elk woord uit het interview met oud-collega Tom Dorresteijn die een wetenschappelijk onderzoek naar de effecten van design initieerde en realiseerde. Blijkt dat de financiële prestatie van een nieuw product een winst oplevert van bijna 20% als er bij de ontwikkelingsfase veel aandacht wordt besteed aan design…

Nou blog ik nooit. Ik twitter niet en SMS zelden. Maar collega Martijn vindt het vast goed als mijn verhaaltje dit keer op Zuiderlichts Zijlijn komt. Dus ik schrijf dit op. Want ik voel een grote neiging tot delen. Een paar citaten uit dat interview met Tom. Eén gaat over innovatief design: “… het komt erop neer dat design vooral wat oplevert als je ontwerpers niet met huid en haar aan de briefing houdt, maar ze een beetje vrijheid geeft. Designers, welk pluimage ook, hebben de neiging wat vrijer te denken en anders naar de problematiek te kijken. Mijn les is dat ontwerpers uitstekende strategen zijn, maar vraag ze niet om het uit te leggen in een rapport.” En: “Design is een cruciale component van branding. Als je terrein wilt veroveren moet je niet normbevestigend, maar innovatief denken: designers doen dat van nature.” En over goed opdrachtgeverschap komt hij met een waarheid als een koe: “De mentaliteit waarmee je dingen doet is doorslaggevend. Je kunt heel veel geld uitgeven aan het proces, maar zonder visie en leiderschap word je er niet beter van. De grote groei zit voor opdrachtgevers in weten hoe je ruimte en richting geeft en hoe je met creatieven omgaat.”

Dankje wel collega Tom Dorresteijn. Maar vooral ook dankjewel André, Bert, Paul, Melianthe, Niki, Jochen, Jules, Ruud, Tim, Tom, Martin, Robert, Ron en Ron, Bart, Martijn, Eline, Angèle, Eric en vanaf maandag ook Dewi en – niet te vergeten – onze welgewaardeerde opdrachtgevers die er allemaal dagelijks voor zorgen dat het niet bij citaten blijft.

 

2 Comments »

Vrijdagmiddagborrelingen

De vrijdagmiddag is het best bewaarde geheim voor wie behoefte heeft aan een ‘onverwachte gedachte’. Dat heeft Zuiderlicht niet wetenschappelijk onderzocht, maar we zien wel twee verklaringen. Veel mensen hebben die middag deeltijd-vrij, waardoor besprekingen met minder mensen worden gevoerd. Dat maakt de overblijvers een stuk zelfbewuster en onafhankelijker. Dromen bevrijden zich uit hun madiwodo-keurslijf en “Ja, maar…” wordt “Ja, en…”. Daarna mist ook het collectief af-pilsen met collega’s zijn uitwerking niet: de vrije gedachtenstroom krijgt in die lichte alcoholnevel extra vaart. De eerste ondeugende ideeënsporen worden uitgediept, en niet uitgewist door jengelende telefoons of digitale veenbrandjes.

In de voorbije weken ontvingen we tweemaal een potentiële klant op vrijdagmiddag. Beiden zochten een bureau voor een website waarmee zij grotere doelgroepen konden aanspreken. In beide gevallen had men bedacht dat die nieuwe doelgroepen nieuwe beloftes nodig hadden. In het ene geval was dat een online proefadvies, gratis en voor niks. Zoals dat hoort in het 2.0-tijdperk. De routing, de inhoud en het commerciële na-traject waren al helemaal uitgedokterd. In het andere geval ging het om een tastbaar welkomstgeschenk, waarvoor het inkoopcontract maandag getekend zou worden.

Deze twee websites zijn nu bij ons in volle voorbereiding. Zonder gratis advies en zonder cadeau. Dankzij de intieme setting van de vrijdagmiddag en dankzij de open houding van beide prospects. Die lieten zich van hun beste kant zien en accepteerden dat wij alles ter discussie stelden. Voor ons was dat vanzelfsprekend. De oplossingsrichting die men had uitgestippeld paste namelijk absoluut niet bij hun persoonlijkheid, hun afkomst, hun ware aard. Op de korte termijn hadden hun cadeautjes misschien wel nieuwe groepen gelokt, maar in een groot schepnet verdwalen meestal vooral smakeloze visjes. Waarom geef je onbetaald online advies als je praktijk juist drijft op diepgang en persoonlijke aandacht, in een rustieke omgeving? En waarom geef je snelle flessen wijn weg als je duurzame en diep-doorleefde aanpak eerst nog wat zendingswerk in de markt nodig heeft?

Charles Landry noemde een adviseur ooit een ‘kritische vriend’. Een mooie term. Niet alleen plezier maken maar als dat nodig is juist tegengas geven. We raden iedereen dan ook aan om voortaan op vrijdagmiddag te beginnen met nieuwe projecten. Laat je ons weten hoe dat je bevalt?

 

Reageer »

Monnikenwerk

“Resultaten uit het verleden bieden geen garantie voor de toekomst.” De cover your ass-dooddoener van de financiële wereld. Maar wist je dat juist het tegendeel waar is? Met twee handen in het vuur zeg ik je: resultaten uit het verleden bieden de beste garantie voor de toekomst. Die financiële ‘dienstverleners’ kijken maximaal 10 jaar terug en vooruit. Maar als je verder uitzoomt dan één gretige graaigeneratie, dan kom je tot heel andere conclusies.

Met de LWV was ik twee dagen te gast bij de Benedictijner monniken van klooster Slangenburg in de Achterhoek. Professor Wil Derkse toonde ons het verband tussen het Benedictijner gedachtengoed en duurzaam ondernemerschap. Daarbij wees hij ons op verbluffende resultaten uit het verleden. Benedictijner kloosters bestaan gemiddeld 500 jaar. Dit langdurige succes is het resultaat van geduld en traagheid. Aandacht en toewijding leidden eeuwenlang tot individuele ontplooiing en succes. Terwijl aandeelhouders in 2010 hun bedrijven juist aan de lopende band opsplitsen omdat kleintjes sneller kunnen groeien. Wil je je bedrijf langdurig laten groeien? Laat dan het tempo zakken.

Benedictus beschreef de taak van de leider (abt) en diens key performance indicators in de 6e eeuw in “De regel van Benedictus”. Die tekst vindt nu zijn weg naar hippe management speak. Benedictus is Happinez-for-managers: “De abt moet veeleer dienen dan heersen.” Natuurlijk vertoont zijn taal wat sleetse plekken, maar door de oogharen waan je je bij de Baak-cursus ‘bezielend leiderschap’. Stille kracht, verbindend coachen, innerlijke inspiratie. Het staat er allemaal in.

Onmisbaar in het Benedictijnse ritme van acht uur mediteren, acht uur werken en acht uur rusten is de lectio divina. Dat is het uiterst minutieus lezen van een tekst. Monnikenwerk. Wij kauwden een uur op hoofdstuk 64. Probeer het zelf en ontdek dat je uit 86 woorden meer wijsheid put dan uit een cursus snellezen.

“Omzichtig en bezonnen geeft de abt opdrachten en […] altijd moet hij met onderscheiding en met mate te werk gaan en denken aan de gematigdheid van de heilige Jacob, die zeide: “Als ik mijn kudde nog langer vermoei met lopen, zullen allen nog binnen de dag sterven”. Laat hij deze en andere voorbeelden van gematigdheid, die de moeder der deugden is, ter harte nemen en alles met zoveel maatgevoel regelen, dat er voor de sterken nog iets te verlangen blijft, en de zwakken niet worden afgeschrikt.”

 

5 Comments »

Visuele geurvlag

Hoera, het Embargo van Essen is opgeheven. We juichten al sinds augustus met de handen in de zakken, droegen plakkers op de mond en hielden blije tweets krampachtig binnenshuis. Maar nu mogen we zichtbaar trots zijn. En dat zijn we, want voor het tweede jaar op rij hebben we raak geschoten bij de Red Dot Design Awards. In december halen we de prijs op voor het merkconcept ‘Oktoplus’ van kinderopvangorganisatie MIK. Een korte inleiding in de niche van kinderbranding. Ja, die bestaat.

Kinderen van 8 jaar en ouder denken dat buitenschoolse opvang (bso) saai en kinderachtig is. Ten onrechte, want in werkelijkheid is bso veel cooler dan ze denken. Maar ze moeten vaak wel door dezelfde deur naar binnen als peuters, kleuters en andere kleintjes. En tussen Nijntje en TMF ligt een wereld vol – grote en kleine – belevingsnuances. Die nuances moesten wij zichtbaar maken.

We dachten dat die éne toegangsdeur de essentie van het probleem moest zijn. Willen 8-plussers niet liever een Eigen Plek, ver weg van weeë Snoetenpoetsers en Bob de Bouwer-broodtrommels? We spraken met ze en werden in onze veronderstelling bevestigd. We besloten om de 8-plussers te belonen met die Eigen Plek, compleet met eigen naam en eigen design. 8+. Okto, plus. Dat klinkt goed. Goed genoeg om een Eigen Plek mee te benoemen. Als beeldmerk ontwierpen we een inktvisje met negen armen (>8). Die Oktoplus is nu het verbindende ‘character’ van de bso-communicatie.

8-plussers willen hun wereld zelf inkleuren. En dat kunnen ze met Oktoplus. Soms is-ie aaibaar, dan weer rebels. Daarom ontwikkelden we een Oktoplus-gereedschapskist. De bso-speelplaats kan worden volgekliederd met sjablonen. De Oktoplus-vorm staat vast, maar de kleur wisselt. De 8-plussers plakken een Oktoplus-tattoo op hun arm en bakenen hun Eigen Plek af met Oktoplus-afzetlint. Zo krijgt het merk niet één monolitische verschijningsvorm, maar ontelbaar verschillende. Als je 8-plusser bent, dan voelt Oktoplus als ‘jouw bso’. Zoals ouders van Oktoplussers gewend zijn aan ‘jouw TV’ (YouTube), ‘jouw nieuws’ (NUjij) of ‘jouw zoekmachine’ (iGoogle). De jongste generatie leert al vroeg hoe je je visuele geurvlag moet plaatsen.

 

1 Comment »

Pitch practicum

Mijn dochter heeft als lijfspreuk “niets is onmogelijk.” Je leven start dan ook stroef als je denkt in beperkingen. Professor Ken Robinson toonde bij TED al tweemaal aan dat scholen onze kinderen van hun creativiteit beroven. Geweldig geestig bovendien. Dit jaar riep hij op tot revolutie: van gestandaardiseerd naar individueel onderwijs. Onlangs bij TEDxEutropolis deed de Maastrichtse hoogleraar Paul Iske daar een schepje bovenop: hij propageert het maken van fouten. En toonde zich daarbij ook al heel geestig. Faillissementen zijn een zuiverder voorspeller voor succes dan een feilloze MBA-business case. Elvis Costello zong ooit “It was a fine idea at the time, now it’s a brilliant mistake.”

Van fouten moeten we leren. Maak dus veel fouten! Toch moeten we nu niet uitbundig allerlei wilde pilots starten en voorzichtigheid verbieden. Want sommige fouten zijn onherroepelijk. Chirurgen blijven beter oefenen op kadavers en het Nederlands elftal gaat trainen op penalties. Ook jij en ik kunnen bijleren. Presenteren bijvoorbeeld. PechaKucha-tifosi weten hoezeer een goede voorbereiding loont.

Een onderwijsinstelling vroeg me om hulp in hun ‘pitch’ van het jaar. Er hing veel van de opdracht af en ze hadden hard aan hun aanbieding gewerkt. Ze waren overtuigd van hun visie dat je mensen ‘ter plekke’ moet opleiden en niet in een anonieme leerfabriek. Maar ze waren onzeker over de vorm. We namen twee weken van tevoren de hele film door. Ze moesten om half twee aantreden. Als derde van vier. Oei… de slechtste plek. Vlak voor hun presentatie zou de beoordelingscommissie lunchen. Oei… die lunchdip betekende nog een tegenstander extra. Wakker worden! Hoe kun je enthousiasmerend én memorabel zijn zonder je eigen persoonlijkheid geweld aan te doen? Ons scenariodenken leverde een mini-workshop ‘ter plekke leren’ op. In plaats van te starten met een laffe PPT bracht een docent de beoordelingscommissie in vijf minuten een nieuwe vaardigheid bij. Daarna viel alles op zijn plek: visie, propositie, aanpak. Een dag van tevoren generale repetitie. Handen uit je zakken! Blijf van je kralenketting af!

Het werkte. Niet alles is te leren. Maar wel veel. Onze klant kreeg complimenten voor de bijzondere presentatie en nog veel belangrijker: de opdracht van het jaar. Dus ook ik ga voortaan weer oefenen.

 

Reageer »

De ezel speelt de blues

Verwarring, paradoxen en tegenstellingen zijn onmisbaar in ons vak. Wij moeten het hebben van fysieke beelden die mentale beelden oproepen. Dus tasten we voortdurend de grenzen af tussen verstand en verbeelding. Wat zie ik? Wat ziet de ander? Wat denkt die daar bij? Welke gevoelens maken we los? Wat is waar? We zijn dus in zekere zin bestuurders van de ziel. Niets is mooier dan dat spel tussen feit en fantasie. De Björk van de Euregionale kunstscene (Tanja Ritterbex) vatte het bij PechaKucha Maastricht charmant samen: “niets is wat het lijkt”. Zo is het maar net.

Gisteren nog werd ik getroffen door een verwarring. Omhoog kijkend naar de dreigende herfsthemel schrok ik van een buitenaards groot wezen. Het monster vloog recht op ons huis af! Of was er op vliegveld Beek een Vapona-reclamezeppelin opgestegen en was die hopeloos uit koers geraakt? Toen ik goed keek, bleek dat het object niet vloog. Het hing daar, doodstil in het luchtruim. En bevond het zich wel in de lucht? Nee, het was oversized sprinkhaan, verdwaald op ons keukenraam.

Een paar dagen eerder leerde ik een mooie tegenstelling. Zuiderlicht ontmoette in het nog lege pand aan de Kommel kunstenaar Fons Haagmans (portret: van minuut 13 tot 17). Hij bracht ons 22 genummerde litho’s met de beeltenis van één van zijn favoriete onderwerpen: de ezel. Mijn kinderen fluisterden: “waarom schildert hij geen paarden, die zijn toch veel edeler?” Haagmans antwoordde geduldig: “een paard is de swing, een ezel is de blues.”

Eerder die dag kreeg ik een paradoxaal cadeautje van collega Peggy: “Op kantoor”, het debuut van ex-collega Ernst-Jan van Rossen. Wat een onbedaarlijke pret! Deze hilarische verzameling FD-columns is op het eerste gezicht een harde afrekening met ons surrealistische kantoorleven. Waar we langer nadenken over onze traktaties dan over ons functioneren. Maar als je “Op kantoor” uit hebt, blijkt het één lange lofzang. Wie deze postmoderne mini-samenleving zó diepgaand observeert, moet er zielsveel van houden. En nomineren we E.J.’s ‘vleesfantasie’ meteen voor Woord van het Jaar 2010?

Niets is wat het lijkt. Kijk goed. Luister goed. Vanochtend zong Joe Jackson “In Every Dream Home A Nightmare”: zonder wrijving geen glans. Het leven is verrukkulluk.

 

1 Comment »

Tour d’Eutropolis

Marc Maurers Eutropolis spreekt al een paar jaar tot de verbeelding. Hij plotte de Euregio Aken-Luik-Maastricht op de kaart van de London Underground. De les is verbluffend verhelderend: “ideas make borders fade”. Maurer presenteerde zijn idee onder meer op onze eerste PechaKucha Night.

Eutropolis – © Maurer United Architects

Zo’n grenzeloos idee verdient een eigen evenement. Dus trapte Marc vrijdag zelf af op TEDx Eutropolis. Dáár en op andere plekken bracht ik het Eutropolis-concept vorige week regelmatig ter sprake. In verschillende settings, met wisselende resultaten. Nu eens projectmatig, dan weer strategisch. Maar hoe eenvoudig Maurers ontwerp ook is, beleidsmensen maken er toch hogere wiskunde van. Wil Maastricht in 2018 Europa’s Culturele Hoofdstad worden, dan moet het nú Eutropolitanen recruteren: betrokken burgers die graag nadenken over hun toekomst en die van hun kinderen.

Artistiek leider Guido Wevers weet dat. Essentieel in zijn plannen is het zichtbaar maken van het cultuuraanbod in de drietalige Eutropolis. Voor Wevers omvat dat niet alleen high culture maar ook verwondering over het alledaagse. Op ‘expeditie’ bij je buren laat je je verrassen door de bonte mix van verschillen en overeenkomsten.

Waarom zouden we wachten met zo’n expeditie? Een Euregionale cultuurpas is met elf bestuurders misschien nog ver weg, maar via de openbare weg zijn onze cultuurburen perfect bereikbaar. Voor onze duurzame expeditie laten we de auto staan en pakken we de fiets. Zaterdag probeerde ik een Tour d’Eutropolis uit. Via Vaals naar Aken, via Henri-Chapelle naar Luik en via Moelingen terug naar 043.

Wat maak je mee in vier uur? Een paradoxale potpourri. Conventies en contrasten. Koffie en koek betaal je met één munt, je bestelt ze in drie talen. Niet de mensen verschillen, maar hun voortbrengselen. Zwart zijn ze op het streetdance-festival bij de Dom, maar ook in het ruige streetlife van Outre-Meuse. De gevels in Aken vormen een Midden-Europees ogend kleurenpalet, terwijl je je in het leisteengrijze Luik in het centrum van Parijs waant. Soms verandert juist niet het beeld, maar de geur. Tussen Aken en Luik rijd je over een heuvelrug tussen weelderige valleien. Groene Ardennen links, groen Land van Herve rechts. Maar waar de Lütticher Strasse overgaat in de Chaussée Charlemagne, ruik je geen gebakken aardappels, spek en uien meer. Je ruikt veertig kilometer lang frieten. Hoe zouden onze zinnen geprikkeld worden op weg van Heerlen naar Eupen, Hasselt en Sittard-Geleen?

 

4 Comments »

Sommige energie is onbetaalbaar

Het blijft mooie televisie: Paul Haenen als dominee Gremdaat. Hij opent zijn Preek van de Week altijd met “Kent u die uitdrukking…?”

“Wat gratis is, kan niks zijn.” Ken je die uitdrukking? Als je wordt gevraagd om een project te sponsoren, dan bied je vaak je diensten in natura aan. Maar levert dat wel voldoende kwaliteit op? Zo stonden wij in dubio toen ontwikkelingsmaatschappij LIOF ons een sponsorverzoek deed. Zij organiseerden LIOF Yeah!, een talentenjacht voor starters. De hoofdprijs bestond uit een LIOF-subsidie en starters-benodigdheden, gesponsord door regionale bedrijven: telefoon, laptop, bureau + stoel, drukwerk, jaarrekening etc. En natuurlijk een huisstijl. Of ons bureau tien talenten van ‘een logo’ wilde voorzien.

Hmm… Een doorwrochte huisstijl kost al gauw een paar dagen. En bij wijfelende opdrachtgevers een paar weken. Dus zoiets konden we niet beloven. Maar wel een dag ‘creatieve energie’. Een duw in de juiste richting. De onbevangen blik van de buitenstaander. Dat is wat we al jaren doen: het beeld bepalen voor beeldbepalende organisaties. Winnaars van LIOF Yeah! zijn de beeldbepalers van morgen. Dus zeiden we ja. Het werd een leerzame sponsoractie.

Vanochtend stonden ze om 8 uur bij ons op de stoep. Tien jonge, intelligente, ambitieuze, trefzekere ondernemers. Zij gaan banen scheppen met waterbesparende kraandoppen, CV-video’s, festival-survivalkits, retailzoekmachines en incontinentiesensors. We gingen met ze aan het werk volgens ons motto ‘eerst richten, dan schieten’. Briefing, schets, ontwerp. Zij hadden hun huiswerk gedaan en het briefingsformulier ingevuld. Hoe grondiger de voorbereiding, des te effectiever het eigenlijke werk. Aan iedere starter hadden we – afhankelijk van diens behoefte – een ontwerper of adviseur gekoppeld.

Die aanpak leidde over en weer tot verrassingen. Wie dacht dat we aan het eind tien logo-presentaties zouden krijgen, kwam bedrogen uit. Naast nieuwe en verbeterde logo’s ontstonden er ook gloednieuwe community-concepten, sitemaps en slogans. Eén bedrijf vertrok zelfs met een nieuwe naam. In de concentratie van de snelkookpan werden reuzenstappen gezet. Zo leerden wij dat creatieve energie bij besluitvaardige initiatiefnemers een andere impact heeft dan bij sommige gevestigde organisaties. Onze ‘gratis’ aandacht leverde wederzijds de nodige megawatts op. En dat vinden wij onbetaalbaar.

 

1 Comment »